Specialist Letselschade

Stel je voor: op enig moment wordt jouw letselschadezaak definitief geregeld. Helaas is sprake van blijvend letsel en ben je volledig arbeidsongeschikt geworden. Er is een terugval in inkomen en dat zal in de toekomst niet veranderen. De aansprakelijke partij moet deze toekomstschade vergoeden. De vraag is dan welk bedrag je nu nodig hebt om er verzekerd van te zijn dat jij je schade in de (verre) toekomst kunt dekken. Hoe wordt dat berekend en bovenal; hoe verzeker je jezelf ervan dat je niet tekort gaat komen?

Hoe wordt mijn toekomstschade berekend?

Een voorbeeld. Vanwege jouw arbeidsongeschiktheid mis je ieder jaar € 5.000 aan inkomen. De looptijd van deze schade is twintig jaar. Wellicht denk je dan dat je              € 100.000 krijgt ter dekking van jouw toekomstschade. Dat is (helaas) niet het geval.

In de periode tussen vandaag en de toekomst krijg je namelijk nog rente van de bank. De rente laat jouw vermogen groeien. Heb je vandaag € 5.000 op de bank staan tegen een jaarlijkse rente van 2% dan groeit jouw vermogen na één jaar naar € 5.100. Om over tien jaar € 5.000 op te kunnen nemen, heb je dus niet nu al dat bedrag nodig.

Ook is ieder jaar sprake van prijsstijgingen. Daardoor wordt geld minder waard (inflatie). De inflatie werkt – in tegenstelling tot de rente – corrigerend op jouw vermogen. Het saldo van de rente en de inflatie is de rekenrente.

De aansprakelijke partij zal bij een lage rekenrente meer moeten betalen. Een lagere rekenrente leidt dus gek genoeg tot een hogere schadevergoedingsplicht. De hoogte van de rekenrente is dus heel belangrijk bij de begroting van de schade. Het bepaalt of je in de toekomst daadwerkelijk bent verzekerd van de vergoeding van jouw jaarschade.

Verleden en heden

In de vorige eeuw was het niet ongebruikelijk dat je bij de bank een rente van 6% op je spaargeld kreeg. In de letselschadepraktijk is het daarom sinds jaar en dag gebruikelijk een rekenrente van 3% toe te passen (rente 6% en inflatie 3%). Sinds de economische crisis van 2008 is er echter geen enkele bank meer die dusdanige renten verstrekt. Op dit moment krijg je een rente van ongeveer 0,3%. Een gigantisch verschil dus. Toch proberen verzekeraars keer op keer de toekomstschade te berekenen met de rekenrente van 3%. Het gevolg is dat de pot met geld, die is gevuld voor de toekomstige schade, vroegtijdig leeg is.

Overigens wordt ook regelmatig gerekend met een rekenrente van 2,2% - naar aanleiding van een uitspraak uit 2013 van het Hof Den Bosch. Ook voor deze rekenrente geldt dat deze niet meer actueel is en niet aansluit bij de financiële werkelijkheid.

Rekenvoorbeeld

Stel over twintig jaar moet je voor de laatste keer € 5.000 opnemen. De verzekeraar zegt dan: “Hier heb je nu € 2.900. Breng dit naar de bank en realiseer een rente van 6%. We houden ook rekening met 3% inflatie. Over twintig jaar heb je dan € 5.000.” Feit is echter dat je vandaag de dag € 4.700 naar de bank moet brengen om over twintig jaar  € 5.000 te hebben. In het scenario van de verzekeraar kom je dus fors tekort.

Conclusie

Wees alert en vraag jezelf af of jouw toekomstschade wel goed wordt begroot. Je  kunt bijvoorbeeld aan je advocaat vragen met welke rente wordt gerekend en waarom hij dat doet. Het is in elk geval in jouw belang dat met de juiste rekenrente wordt gerekend. Doe je dat niet, dan kom je in de toekomst tekort.

Vind je dit een interessant onderwerp en zoek je verdieping? Lees dan het artikel van mijn kantoorgenote mr. J.F. Vermeulen.

MariekekleinMarieke Vromen

Advocaat

E-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Telefoon: 024 - 359 77 00